De zes RIASEC-typen

Hoe John Holland de beroepskeuze wetenschappelijk maakte - en wat Carl Jung daarmee te maken heeft.

De man achter het model: John L. Holland

De Amerikaanse psycholoog John Lewis Holland (1919–2008) werkte na de Tweede Wereldoorlog als beroepskeuze-adviseur bij het Amerikaanse leger. Daar viel hem op dat mensen die in vergelijkbare beroepen terechtkwamen, vaak opvallend veel persoonlijkheidskenmerken deelden. Dat inzicht werd de basis van zijn levenswerk.

In 1959 publiceerde Holland zijn eerste theorie over de relatie tussen persoonlijkheid en beroepskeuze. In zijn hoofdwerk Making Vocational Choices (1973, herzien in 1985 en 1997) werkte hij het model uit tot zes persoonlijkheidstypen die hij ordende in een hexagoon - een zeshoek waarin verwante typen naast elkaar staan en tegengestelde typen tegenover elkaar.

Het kernidee is eenvoudig maar krachtig: mensen zijn het meest tevreden en productief in een werkomgeving die past bij hun persoonlijkheid. Een creatief persoon gedijt in een artistieke omgeving, een analytisch persoon in een onderzoeksomgeving. Wanneer persoonlijkheid en omgeving niet overeenkomen, ontstaat ontevredenheid.

De invloed van Carl Jung

Carl Gustav Jung (1875–1961), de Zwitserse psychiater, legde met zijn typenleer de basis voor het denken over persoonlijkheidstypen. In zijn werk Psychologische Typen (1921) introduceerde hij fundamentele begrippen als introversie en extraversie, en beschreef hij vier psychologische functies: denken, voelen, gewaarworden en intuïtie.

Jungs idee dat mensen een aangeboren voorkeur hebben voor bepaalde manieren van waarnemen en oordelen, was baanbrekend. Het beïnvloedde de hele persoonlijkheidspsychologie - waaronder de Myers-Briggs Type Indicator (MBTI), die direct op Jung is gebaseerd.

Hollands RIASEC-model bouwt niet rechtstreeks op Jung, maar deelt dezelfde intellectuele traditie. Beide gaan uit van herkenbare, stabiele persoonlijkheidstypen die gedrag en voorkeuren sturen. Waar Jung zich richtte op hoe mensen denken en waarnemen, richtte Holland zich specifiek op wat mensen graag doen - en welke werkomgeving daarbij past. Zo vertaalde Holland de typologische benadering van Jung naar de praktijk van beroepskeuze en loopbaanadvies.

De zes typen in detail

De hexagoon: hoe de typen samenhangen

Holland ordende de zes typen in een zeshoek (hexagoon). Typen die naast elkaar staan, lijken het meest op elkaar. Realistisch (R) en Onderzoekend (I) delen bijvoorbeeld een voorkeur voor werken met dingen en ideeën boven mensen. Typen die tegenover elkaar staan, zijn het meest verschillend: Realistisch tegenover Sociaal, Onderzoekend tegenover Ondernemend, Artistiek tegenover Conventioneel.

De meeste mensen zijn geen zuiver type, maar een combinatie. Je Holland-code - meestal drie letters, zoals RIA of SEC - geeft aan welke typen het sterkst bij je passen. Hoe consistenter je code (typen die naast elkaar liggen in de hexagoon), hoe duidelijker je voorkeur.

Wetenschappelijke status

Het RIASEC-model is een van de best onderzochte theorieën in de beroepspsychologie. Tientallen jaren aan onderzoek bevestigen dat de zes typen herkenbaar en meetbaar zijn, en dat de fit tussen persoonlijkheid en werkomgeving samenhangt met werktevredenheid en prestaties.

Het model wordt wereldwijd gebruikt in loopbaanbegeleiding, van het Amerikaanse O*NET-systeem (de opvolger van het Dictionary of Occupational Titles) tot de Europese ESCO-classificatie van vaardigheden en beroepen. Ook in Nederland vormt het de basis van veel beroepskeuzetests en loopbaantrajecten.

Bronnen en verder lezen

  • Holland, J. L. (1997). Making Vocational Choices: A Theory of Vocational Personalities and Work Environments (3e editie). Psychological Assessment Resources.
  • Jung, C. G. (1921). Psychologische Typen. Rascher Verlag.
  • Nauta, M. M. (2010). The development, evolution, and status of Holland's theory of vocational personalities. Journal of Counseling Psychology, 57(1), 11–22.
Doe de zelftest

Ontdek welke typen bij jou passen - gratis, 10 minuten.